NL Zwemveilig

Blog: Is een goede zwemtechniek cruciaal voor zwemveiligheid? Ja!

Over zwemtechnieken, zwemdiploma’s en zwemveiligheid (1)

Door: Titeke Postma

De Nationale Zwemdiploma’s (Zwem-ABC) staan voor zwemveiligheid. De recente vernieuwingen in de examenprogramma’s van de zwemdiploma’s (2018) leidden tot grote koppen in de kranten: ‘Overleven is belangrijker dan een mooie slag’. Deze geluiden zijn ook hoorbaar van kritische zwemlesgevers: ‘de techniek is niet meer belangrijk’. Is dat inderdaad het geval? Hoe belangrijk is het beheersen van een zwemtechniek eigenlijk voor zwemveiligheid? Die vraag staat centraal in deel 1 van dit blog over zwemveiligheid, zwemtechnieken en zwemdiploma’s.

Definitie van zwemveiligheid
In het document ‘Definitie zwemveiligheid’ worden 15 competenties genoemd die zwemveiligheid vergroten en bijdragen aan verdrinkingspreventie (Stallman et al (2017)). Een van die competenties is ‘stuwing, vooruitkomen op buik, rug (of zij)’. Dit is een belangrijk onderdeel van zwemveiligheid. Wanneer je je in het water kunt verplaatsen, kun je jezelf in veiligheid brengen.

Watergevoel ontwikkelen
Om vooruit te komen in het water moet je zoveel mogelijk stuwing en zo weinig mogelijk weerstand ontwikkelen: voortbewegen = stuwing – weerstand. Zie ook de animatie ‘leren zwemmen = voortbewegen in water‘. Leren om te stuwen begint bij het ontdekken van je stuwvlakken. Je leert om te voelen hoe je met je handen, (onder)armen, voeten en (onder)benen kunt afzetten tegen het water. Dit doe je door op veel verschillende manieren te experimenteren met de stuwvlakken. Zodat de zwemmer ontdekt wat wel en niet werkt. Dit wordt ook wel het ontwikkelen van watergevoel genoemd: grip krijgen op het water.

Jonge kinderen kunnen dat al leren, bijvoorbeeld bij het baby-peuterzwemmen. Ze kunnen op die manier hun evenwicht bewaren en op hun eigen manier kleine stukjes naar de kant zwemmen. Dit levert een groot zelfvertrouwen op, het kind is niet ‘overgeleverd’ aan het water, maar kan zich in het water al (een beetje) redden. In de zwemles is dit ook een van de eerste dingen die we kinderen leren. Lange stukken zwemmen wordt lastiger. Er is vaak nog veel weerstand tijdens het voortbewegen en kinderen kunnen hun eigen manier van voortbewegen mede daardoor ook niet zo lang volhouden. Daarom leren we kinderen om technieken te zwemmen. Ze kunnen dan het watergevoel dat ze al hebben ontwikkeld gebruiken om een zwemslag te leren die de kansen op overleven verder vergroot.

Enkelvoudige rugslag en schoolslag
In Nederland hebben we hele duidelijke keuzes voor zwemslagen gemaakt. Al vele jaren vinden we de enkelvoudige rugslag en schoolslag belangrijke overlevingsslagen. Als je deze zwemslagen op de goede manier uitvoert, kost het voortbewegen relatief weinig energie. Daarom zijn deze slagen over een langere afstand makkelijk vol te houden, óók wanneer er met kleding wordt gezwommen.

In de Examenregeling Nationale Zwemdiploma’s is in de normering van de enkelvoudige rugslag en de schoolslag beschreven welke onderdelen van de techniek in ieder geval moeten worden getoond. In onderstaande tabellen wordt de relatie tussen die normering en het effect op stuwing, weerstand en (dus) voortbewegen toegelicht. Hoe beter de techniek wordt uitgevoerd, hoe meer stuwing er zal zijn en hoe minder weerstand. Het rendement is dan groot: per slag kom je verder vooruit met de beschikbare energie.

Lange(re) stukken zwemmen
Door een goede technische uitvoering (en het grotere rendement) wordt het gemakkelijker om een langere afstand te overbruggen. Vermoeidheid zal minder snel optreden waardoor je het zwemmen langer kan volhouden. Daarmee is een goede techniek cruciaal voor zwemveiligheid. Je moet immers een redelijke afstand kunnen zwemmen en kunnen volhouden in allerlei omstandigheden: als je gaat vrijzwemmen in een groot zwembad of als je in open water aan het spelen bent. Het volhouden is ook afhankelijk van het uithoudingsvermogen van een zwemmer. Wanneer je fysiek sterker/ krachtiger bent en over een goede conditie beschikt, kun je het zwemmen beter volhouden.

Jonge kinderen
Jonge kinderen zijn fysiek minder sterk. Voor hen is het volhouden van het zwemmen niet vanzelfsprekend. Daarnaast moeten we rekening houden met de impact van vermoeidheid: als gevolg daarvan wordt de zwembeweging (meestal) minder goed uitgevoerd. Door de afname van de kracht en coördinatie wordt de verhouding tussen de stuwing en de weerstand helemaal verstoord. Het rendement wordt veel kleiner. De lagere snelheid heeft tot gevolg dat de ligging minder horizontaal wordt. En daardoor ontstaat dan weer meer weerstand. Op een gegeven moment is er bij grote vermoeidheid bij de schoolslag nauwelijks meer sprake van voorwaartse snelheid en staat de zwemmer bijna rechtop in het water.

Vermoeidheid zal bij de schoolslag sneller optreden dan bij de enkelvoudige rugslag. De ligging blijft bij het zwemmen van de enkelvoudige rugslag veel horizontaler, ook als er vermoeidheid optreedt. De voorwaartse snelheid wordt minder negatief beïnvloed, deze zwemslag is daarom gemakkelijker vol te houden. Het is goed dat ook jonge kinderen dit weten (leren). Tijdens het lesgeven is dit heel gemakkelijk te stimuleren door bijvoorbeeld te zeggen: ‘als je niet meer zo goed vooruitkomt met de schoolslag, mag je op je rug verder zwemmen’ of ‘als je heel moe wordt, ga dan verder zwemmen op je rug’. Op die manier leert de zwemmer zelf beslissingen te nemen die cruciaal kunnen zijn in een overlevingssituatie. 

Tot slot
Jonge kinderen kunnen al leren hoe ze op hun eigen manier vooruit kunnen komen in het water. Maar een zwemslag uitvoeren met een goede techniek is cruciaal om langere afstanden te kunnen zwemmen en te kunnen volhouden. En dat is een essentieel onderdeel van zwemveiligheid. Is het bezit van een zwemdiploma daarom altijd een voorwaarde om voldoende zwemveilig te zijn? Of ligt dat toch genuanceerder? Die vragen staan centraal in deel 2 van dit blog. Wordt vervolgd!

Onderdeel normering Enkelvoudig rugslag Effect op stuwing, weerstand en voortbewegen
De kandidaat voelt zich vertrouwd in het water. (Zelf)vertrouwen is een voorwaarde om een techniek te kunnen leren en effectief te kunnen uitvoeren. Het is van groot belang om zwemveilig te zijn. Spanning (of angst) blokkeert een goede uitvoering van een zwemslag.
Er is sprake van een horizontale ligging. Door genoeg stuwing zal de ligging horizontaal worden en de weerstand klein(er). Bij te weinig stuwing zullen de benen zakken waardoor weerstand ontstaat.
Er is sprake van een ritmisch en symmetrisch bewegingsverloop. Enkelvoudige rugslag is een symmetrische zwemslag, op die manier wordt in een rechte baan gezwommen. Een schaarslag zorgt voor scheef zwemmen of er is energie nodig voor compensatie hiervan. Een ritmisch verloop zorgt voor een goede balans tussen stuwing en weerstand.
Er is sprake van een redelijk voortstuwingsrendement. Het rendement zegt iets over de verhouding tussen de stuwing en de weerstand. Te weinig stuwing of teveel weerstand zorgt voor weinig voortbeweging. Hoe beter de uitvoering, hoe hoger het rendement.
Er is een duidelijk uitdrijfmoment. Tijdens dit moment is er sprake van voortbeweging, er kan even worden ‘uitgerust’ voordat met de volgende slag wordt begonnen. Is er onvoldoende rendement, dan is uitdrijven nauwelijks mogelijk (de benen zullen zakken).
De armen zijn passief, bij voorkeur langs het lichaam. Dit staat in het regelement (de afspraken) van de enkelvoudige rugslag. Voor zwemveiligheid is het beter om de armen ook te gebruiken voor stuwing. Bij gekleed zwemmen (gericht op zwemveiligheid) is dit daarom ook toegestaan.
Onderdeel normering Schoolslag Effect op stuwing, weerstand en voortbewegen
De kandidaat voelt zich vertrouwd in het water. (Zelf)vertrouwen is een voorwaarde om een techniek te kunnen leren en effectief te kunnen uitvoeren. Het is van groot belang om zwemveilig te zijn. Spanning (of angst) blokkeert een goede uitvoering van een zwemslag.
Er is sprake van een zo horizontaal mogelijke ligging. Door genoeg stuwing zal de ligging horizontaal worden en de weerstand klein(er). Bij te weinig stuwing zullen de benen zakken waardoor weerstand ontstaat.
Er is sprake van een ritmisch en symmetrisch bewegingsverloop. Schoolslag is een symmetrische zwemslag, op die manier wordt in een rechte baan gezwommen. Een schaarslag zorgt voor scheef zwemmen of er is energie nodig voor compensatie hiervan. Een ritmisch verloopt zorgt voor een goede balans tussen stuwing en weerstand.
Er is sprake van een ontspannen ademhaling. De manier van ademhaling zegt iets over het vertrouwen waarmee wordt gezwommen. Spanning zorgt voor oppervlakkige ademhaling of een verkeerd ritme, waardoor de zwemslag niet goed kan worden uitgevoerd of extra energie kost.
Er is sprake van een redelijk voortstuwingsrendement. Het rendement zegt iets over de verhouding tussen de stuwing en de weerstand. Te weinig stuwing of te veel weerstand zorgt voor weinig voortbeweging. Hoe beter de uitvoering, hoe hoger het rendement.
Er is een kort uitdrijfmoment aanwezig, armen en benen zijn beide gestrekt. Tijdens dit moment is er sprake van voortbeweging, er kan even worden ‘uitgerust’ voor met de volgende slag wordt begonnen. Is er onvoldoende rendement, dan is uitdrijven nauwelijks mogelijk (de benen zullen zakken). Bij de schoolslag is het rendement (bij jonge kinderen) niet altijd hoog, daarom is een kort uitdrijfmoment voldoende.

Recente berichten

Meer Blogs