NL Zwemveilig

Is zwemles geven zonder aanraken wel mogelijk?

Door: Titeke Postma *

Woensdagavond 6 mei kwam het, toch wel verrassende bericht: de zwembaden mogen weer open! Na een paar dagen werd het Protocol Verantwoord Zwemmen gedeeld en onmiddellijk zijn alle zwembaden aan de slag gegaan om alles te regelen om verantwoord zwemmen in de ‘1,5 meter samenleving’ mogelijk te maken. Ook wordt collectief nagedacht over de ‘1,5-meter zwemles’. Lesgevers kunnen de kinderen op die afstand niet aanraken. Is zwemles geven dan eigenlijk wel mogelijk? Ja, natuurlijk!

In het Protocol Verantwoord Zwemmen staan de maatregelen die moeten worden uitgevoerd en gehandhaafd. Dat valt niet altijd mee. Sommige zinnen kunnen verschillend worden gelezen en geïnterpreteerd. Het protocol levert daarom ook veel vragen op. Na een week experimenteren en het delen van ervaringen zie je ook discussie ontstaan. Een richtlijn in het protocol luidt: ‘de zweminstructeur geeft zoveel mogelijk les op een afstand van 1,5 meter tot de kinderen, bij voorkeur vanaf de kant’. Betekent dit dat je de kinderen helemaal niet mag aanraken?

Lesgeven zonder aan te raken

Voor mij is het antwoord op deze vraag heel duidelijk: ‘ja’. Het belangrijkste doel van het protocol is het minimaliseren van de verspreiding van het coronavirus. We mogen ervan uitgaan dat kinderen onderling weinig risico lopen.

Volwassenen, dus lesgevers en ook ouders, lopen dit risico wel. Daarom moeten ze 1,5 meter afstand houden. Op scholen en in kinderopvang gebeurt dit ook. Alleen in uitzonderlijke situaties (EHBO, grote pedagogische nood) is hiervan afwijken toegestaan.

Het lijkt mij daarom heel logisch dat we dit in de zwemles ook hanteren. Ondertussen zien we op televisie beelden van lesgevers die kinderen gewoon opvangen als ze in het water springen. We zien ze kinderen gewoon vastpakken om ze te begeleiden tijdens het uitvoeren van de zwemslag. En in discussies hierover op Facebook lees je nonchalante reacties in de trant van: ‘Ach, gewoon je gezonde verstand gebruiken. Vastpakken is helemaal niet zo erg’.

Ik wil in dit blog de discussie niet aangaan over hoe dat zit in relatie tot overdracht van het virus, maar wel duidelijk maken dat ik het met deze houding oneens ben. We zitten in de opstartfase na corona en er is nog veel onduidelijk. We mogen weer in actie, maar het is broos. Nemen we te veel risico’s, dan is de kans aanwezig dat we over 3 of 4 weken weer in een ‘lockdown’ gaan. Om dat te voorkomen moeten we nu voorzichtig zijn. Dat houdt in dat ook zwemonderwijzers ‘gewoon’ 1,5 meter afstand moeten houden. Volgens mij kan dat ook. We moeten op zoek naar alternatieven!

Wanneer fysiek contact?

We gebruiken fysiek contact vaak om een vertrouwensband op te bouwen. We geven een aai over de bol, een high five of leggen eventueel een hand op de schouder. Hoe kun je zonder aanraking ook aan vertrouwen werken?  

We geven een hand of vangen kinderen op om ze te helpen als iets nog niet zo goed lukt. Misschien moeten we kijken of we de opdracht ook makkelijker kunnen maken. Zodat het kind het wel kan en helpen dus helemaal niet meer nodig is.

We pakken kinderen vast bij de armen of voeten om ze duidelijk te maken en te laten voelen hoe ze de beweging op de juiste manier moeten uitvoeren. Dit wordt ook wel de expliciete manier van lesgeven genoemd. We weten dat de laatste jaren de impliciete manier van lesgeven veel draagvlak in de sportwereld en het bewegingsonderwijs heeft veroverd. Ook in het zwemonderwijs en opleidingen komt er steeds meer aandacht voor.

Aanraken is bij deze manier van leren niet aan de orde. Is deze ‘tijd van corona’ dé gelegenheid voor ons om dit impliciete leren een kans te geven? Ik denk dat het de moeite waard is om hiermee aan de slag te gaan.

Op zoek naar alternatieven

In onderstaande tabel staat een aantal lesgeefgewoonten beschreven met daarnaast een of meer alternatieven die nú van pas kunnen komen. Ik kan me voorstellen dat sommige ideeën heel anders zijn dan wat je nu gewend bent. En dat gedachten als ‘straks vallen ze om en dan komen ze niet meer boven!’ of ‘zo leren ze toch nooit een technische goede slag’ door je hoofd vliegen. Toch hoop ik dat je, in deze tijd waarin afstand bewaren een noodzaak is, de stap durft te maken om te gaan experimenteren en daarmee jouw eigen lesgeven te vernieuwen. En wie weet komen we dan na de ‘coronatijd’ tot de conclusie dat fysiek contact helemaal niet nodig is om een goed resultaat te bereiken!

GewoonteAlternatief
Kinderen worden begroet met een high-five, een aai over de bol.Bedenk een alternatieve high-five; gebruik een flexibeam als verlengstuk van je arm. Kies voor de ‘lucht-high-five’ of de Japanse groet. Bedenk een nog leukere begroeting waar je enorm om kunt lachen.
In gesprek met kinderen buigen we naar hen toe.Wees je bewust van de toon, de woorden, je blik en houding (non-verbaal) en hou hetzelfde gesprek.
Kinderen springen van de kant in het water en voelen zich nog niet zo vrij. De lesgever geeft een hand of pakt het kind vast in het water.Springen voelt nog niet vertrouwd of durft het kind nog niet. Laat het kind op z’n eigen manier het water in gaan. Daag uit om op zoveel mogelijk verschillende manieren in het water te gaan. Gebruik een flexibeam (of ander materiaal) als verlengstuk van je arm en laat kinderen die dat willen naar de flexibeam springen en deze vastpakken.
Kinderen zonder hulpmiddel voor het eerst in het diepe laten springen. De lesgever geeft een hand of pakt het kind vast in het water.Zie de alternatieven hiervoor.
Kinderen de opdracht geven om te gaan drijven en hen dan ondersteunen onder de rug om ‘zakken’ of direct gaan staan te voorkomen.Vóór de opdracht ‘ga eens drijven’, de kinderen uitdagen om horizontaal te verplaatsen om hun eigen manier. Stimuleren dat ze gaan stuwen met armen en benen en daardoor horizontaal gaan liggen. Dan met behulp van een teken kinderen uitdagen om stil te gaan liggen.
Kinderen enkelvoudige rugslag laten zwemmen en de voeten vastpakken om ze in de ‘juiste’ stand te zetten en kinderen dit te laten voelen.Zeker weten dat kinderen de gewenste beweging met de voeten kunnen maken: laat ze op de hakken/hielen lopen en hier eventueel mee oefenen. Een voorbeeld geven, een stuurkaart laten zien, een filmpje laten zien en kinderen vragen: kun je dit ook? Kinderen op verschillende manieren de enkelvoudige rugslag laten uitvoeren: groot-klein, langzaam-snel, als een reus en/of muis. Feedback geven op het effect van de beweging: komen ze goed vooruit? Feedback geven met een externe focus: duw het water weg.
Kinderen helpen om door het gat in het zeil te zwemmen door ze een hand te geven of je hand vast te laten pakken.Vraag kinderen op hun eigen manier door het gat gaan. Daag ze uit om op zoveel mogelijk manieren door het gat te gaan. Oefen eerst verschillende vaardigheden (onder water zwemmen, dieper onder water gaan, duiken) om ‘door het gat gaan’ makkelijker te maken.

Titeke Postma werkt vanuit haar bedrijf Propulz.tP en begeleidt vernieuwing en verandering op het gebied van zwemmen en zwemonderwijs. Ze wil je op een originele, creatieve en eigenzinnige manier aan het denken zetten over het leuk(er) maken van bewegen. Zodat bewegers ‘in beweging komen’, met plezier bewegen en daarom niet afhaken maar blijven bewegen. Voor NL Zwemveilig schrijft Titeke over diverse aspecten van zwemveiligheid.

Recente berichten

Meer Blogs